Verhaal Maarten Ogg

Maarten Ogg

Na mijn ongeluk in april 1994 heeft het lang geduurd alvorens ik weer aan motoren kon denken, laat staan te overwegen zelf te gaan rijden. Motorrijden had mij jarenlang veel plezierige uren opgeleverd, maar ook het gemis aan beweging in één arm veroorzaakt. Vooral bij mooi weer, met veel passerende motoren, “borrelde” het motorvirus weer langzaam op.
Einde 1995 attendeerde iemand mij op een artikel in het Limburgs Dagblad, waarin Rob Janssen enthousiast vertelde hoe hij “gehandicapten” weer op de motor hielp. Het artikel heeft nog zeker drie maanden op mijn bureau gelegen voordat ik meer informatie inwon. Uit contact met Rob Janssen, in januari 1996, bleek dat het voor “één-armigen” op dat moment nog niet was toegestaan om motor te rijden. Wel was men bezig het CBR te overtuigen dat met één arm veilig gereden kon worden.
Uiteindelijk vond in juni 1997 een informatief gesprek plaats. Daaruit bleek dat motorrijden met één arm geen probleem hoefde te zijn. Na afloop zag ik toevallig iemand, met dezelfde handicap, op een motor wegrijden. Vanaf dat moment begon ik er langzaam in te geloven. Die middag heb ik mij gemeld bij de firma Stel om een orthese te laten aanmeten; zo’n huls die je over je arm schuift, met een haak aan de onderkant à la Captain Hook.
Helaas duurde het vanwege de vakantie langer dan voorzien eer mijn orthese klaar was, zodat mijn eerste rijles pas in september plaatsvond. Veel vertrouwen had ik er overigens niet in; rijden met dezelfde scherpte, souplesse en snelheid als vroeger zou er toch niet meer in zitten…
De droge humor van Theo Koops heeft zeer geholpen om de eerste rijles succesvol te doen verlopen. Na vier jaar weer in het zadel, dat maakte toch zeer wisselende gevoelens los. Ongeloof, verdriet, angst, maar vooral het gevoel van plezier en trots!! De motorwereld lag weer aan mijn voeten, zij het nog aarzelend en met zweet in mijn handen. Ik moest bijzondere verrichtingen oefenen die ik ook in mijn tweehandige periode al lang niet meer had gedaan: slalom, een “achtje” binnen vier meter, noodstop/remproef enzovoort…
Na die dag had ik de smaak aardig te pakken. Het duurde tot november 1997 voordat de motor was aangepast en ik rij-examen kon afleggen.
Het examen verliep voorspoedig en in de vrieskou reed ik ’s avond voldaan terug naar Maastricht. Het ijs staat nog op mijn knieën!! Maar het was gelukt om weer motor te rijden en daar was het allemaal om begonnen. Vanwege het weer kon ik die winter niet veel rijden. Maar in het voorjaar van 1998 bleek dat het bijna net zo goed ging als vier jaar eerder.
Het duurde even voor ik handig kon reageren op plotselinge situaties. Inmiddels heb ik genoeg kunnen oefenen, eerst op mijn oude vertrouwde BMW R100CS en daarna op een nieuwe R1100S. Alleen in situaties waar bergaf rijden, hard remmen, bocht insturen en terugschakelen plotseling samenkomen, wil het wel eens voorkomen dat dit niet altijd even elegant gebeurd. Maar verder loopt alles gesmeerd. En waar ik vooraf juist zo bang voor was, voor spek en bonen ergens achteraan bengelen als een langzame slak, is zeker niet gebeurd.
Elk jaar ga ik met mijn broer en enkele vrienden een week motorrijden in de Alpen of op een ander bochtig parcours om in de “mood” te blijven en te genieten van al het moois dat motorrijden mij brengt.

De jaarlijkse rit
Tijdens de motorlessen kwamen de toertochten, die ik één maal per jaar voor vrienden en bekenden organiseerde, ter sprake. Zo werd het idee geboren om dit ook voor de motormobiele gehandicapte te doen. We zijn op die manier in de gelegenheid om ervaringen uit te wisselen en rijplezier te delen.
Met veel plezier organiseer ik samen met mijn “team” deze jaarlijkse rit (in 2013 voor de 16e keer!).

Stichting MvG
Sinds oktober 2012 ben ik voorzitter van de Stichting Mobiliteit Gehandicapten

Door Maarten Ogg